Na de veroordeling
Wat gebeurde er na de veroordeling?
Een chronologisch overzicht van de juridische stappen, diplomatieke contacten, mensenrechtenprocedures en politieke opvolging sinds de veroordeling.
Een jarenlange zoektocht naar een oplossing
Sinds de veroordeling van Lars werden in België, Noord-Macedonië en op Europees niveau tientallen advocaten, overheidsdiensten, mensenrechtenorganisaties, politici, hulpverleners en journalisten gecontacteerd. Niet elk contact leidde tot concrete actie. Dit overzicht toont welke juridische, diplomatieke, politieke en mensenrechtelijke stappen werden gezet.
Juridische opvolging
2022–2024 – Advocaten in Noord-Macedonië
De eerste Macedonische advocaten stonden Lars bij tijdens het strafproces en de beroepsprocedure. Hun namen worden hier om veiligheidsredenen niet gepubliceerd. Hun mandaten werden later beëindigd.
Vanaf september 2025 – mr. Dime Gjorchevski
Mr. Gjorchevski en zijn kantoor namen de juridische en mensenrechtelijke opvolging in Noord-Macedonië op. Zij schreven het Ministerie van Justitie en andere bevoegde autoriteiten aan.
28 juli 2026 – nieuw juridisch verzoek
Mr. Gjorchevski en zijn kantoor dienden bij de bevoegde Macedonische rechtbank een formeel verzoek tot een nieuwe juridische procedure in.
2024–heden – Belgische advocaten
In 2024 vroeg de toenmalige Belgische raadsman om het dossier dringend naar ministerieel niveau te escaleren. In 2025 werden meerdere gespecialiseerde Belgische strafpleiters en kantoren aangeschreven over internationaal strafrecht, de overbrenging en de toekomstige Belgische strafuitvoering. Verschillende kantoren weigerden wegens tijdgebrek, ontbrekende expertise of hoge kosten; andere gaven een eerste advies.
Sinds 2025 volgen mr. Amélie Vandenberghe en mr. Lisa-Marie Parmentier van Parmentier Advocaten het overbrengings-, strafuitvoerings- en mensenrechtendossier op.
Belgische overheid en diplomatie
Vanaf 2022 – FOD Buitenlandse Zaken en Belgische ambassade
FOD Buitenlandse Zaken, de Belgische ambassade in Sofia en de consulaire diensten werden herhaaldelijk geïnformeerd over de veiligheid, medische toestand, detentieomstandigheden en nood aan diplomatieke tussenkomst.
Vanaf januari 2024 – FOD Justitie
De Centrale Autoriteit Internationale Samenwerking in Strafzaken voerde de Belgische overbrengingsprocedure en onderhield daarvoor contacten met Noord-Macedonië.
24 januari 2025 – Belgische instemming
België stemde formeel in met de verdere tenuitvoerlegging van de straf na een overbrenging.
Juli–september 2025 – geplande maar geannuleerde overbrenging
De Federale Politie, Interpol en het Parket Brussel werden betrokken bij een geplande overbrenging op 9 september 2025. Die ging uiteindelijk niet door omdat Noord-Macedonië geen definitieve toestemming gaf.
2025–2026 – politieke en diplomatieke escalatie
De kabinetten van de ministers van Justitie en Buitenlandse Zaken en van de eerste minister werden herhaaldelijk aangeschreven. Op 19 maart 2026 verstuurde de Belgische ambassade in Sofia een diplomatieke nota. Op 26 maart 2026 ontving FOD Buitenlandse Zaken de Noord-Macedonische zaakgelastigde in Brussel. Verdere terugkoppeling bleef uit.
24–30 juli 2026 – melding van de nieuwe procedure
FOD Buitenlandse Zaken, de ambassade en de betrokken kabinetten werden formeel geïnformeerd over het nieuwe juridische verzoek in Noord-Macedonië.
Noord-Macedonische autoriteiten
2 september 2024 – verzoek tot overbrenging
Lars diende zijn formele verzoek tot overbrenging naar België in.
15 oktober 2024 – dossier naar België
Het Ministerie van Justitie van Noord-Macedonië stuurde het overbrengingsdossier aan de Belgische Centrale Autoriteit.
20 maart 2025 – officiële herinnering
Het Noord-Macedonische Ministerie van Justitie vroeg België naar het resultaat van de Belgische procedure.
Augustus 2025 – geen definitieve goedkeuring
Het Ministerie van Justitie en Interpol Skopje deelden mee dat de overbrenging niet was goedgekeurd en dat het Belgische vluchtplan niet kon doorgaan.
Vanaf december 2025
Via mr. Gjorchevski, mensenrechtenorganisaties en internationale correspondentie werd gevraagd de overbrenging en detentiesituatie opnieuw te onderzoeken.
Ombudsdiensten en mensenrechtenorganisaties
2025–2026 – Amnesty International Vlaanderen
Amnesty ontving het dossier en verwees de familie onder meer door naar het Macedonische Helsinki Comité en MYLA.
29 november 2025 – Federale Ombudsman
Een formele klacht werd ingediend over het handelen van FOD Justitie en FOD Buitenlandse Zaken, onder dossiernummer IDO/2025/04664.
December 2025 – CPT, Ombudsman en NPM
Het Europees Comité ter voorkoming van foltering, de Ombudsman van Noord-Macedonië en het National Preventive Mechanism werden geïnformeerd over de detentieomstandigheden, medische situatie en vastgelopen overbrenging. Het NPM bezocht Idrizovo op 16 december 2025.
23 december 2025 – Helsinki Comité en MYLA
Het Macedonische Helsinki Comité en de Macedonian Young Lawyers Association ontvingen het dossier en stelden vragen over de overbrenging, medische zorg en mensenrechtenschendingen.
30 juni 2026 – reactie van Parmentier Advocaten
Parmentier Advocaten betwistte formeel verschillende conclusies van de Federale Ombudsman.
Europese instellingen
Tussen januari 2025 en juni 2026 werden onder meer de Europese Commissie, de European External Action Service, de EU-delegatie in Skopje, de dienst Westelijke Balkan, de EU Special Representative for Human Rights en verschillende Europese parlementsleden geïnformeerd.
Het dossier werd intern doorgestuurd, aan Europese ambassades voorgelegd en aangevuld met officiële stukken over de overbrenging, het vonnis, de medische situatie en de noodzakelijke zorg in België. Op 24 februari 2026 volgde een formeel antwoord van de Europese Commissie onder referte Ares(2026)2068891.
Belgische politiek
Vanaf december 2025 ontvingen vertegenwoordigers van Vooruit, Vlaams Belang, N-VA, Open Vld, PVDA en Groen het dossier. Verschillende parlementsleden stelden schriftelijke en mondelinge vragen in de commissies Buitenlandse Zaken en Justitie.
Ook lokale politici in Aalst en meerdere federale kabinetten werden gevraagd het dossier op een hoger politiek niveau te brengen.
Medische en maatschappelijke ondersteuning
Belgische artsen en medische diensten, waaronder UZ Gent, UZ Leuven en AZ Jan Palfijn, werden gecontacteerd voor medische verslagen over de neurologische, cardiale, respiratoire en mentale problematiek van Lars.
Media
Tussen 2024 en 2026 werden persberichten, dossierstukken en verzoeken tot onderzoek verstuurd naar regionale en nationale redacties. Een aantal regionale media publiceerde over het dossier. Nationale aandacht bleef beperkt.
Wat dit overzicht toont
Er werd gedurende jaren via juridische, diplomatieke, politieke, medische en mensenrechtelijke kanalen geprobeerd een oplossing te bereiken. Veel contacten bleven zonder concreet gevolg. Andere leidden wel tot parlementaire vragen, diplomatieke nota’s, onderzoeken, consulaire bezoeken of nieuwe juridische stappen.